• Generic selectors
    Exact matches only
    Search in title
    Search in content
    Search in posts
    Search in pages
    Filter by Categories
    Blog
    Referenties
  • +100%-
  • 0345 53 00 33
  • info@sincerite.nl
  • Direct contact opnemen
  • Sinjeur
  • Generic selectors
    Exact matches only
    Search in title
    Search in content
    Search in posts
    Search in pages
    Filter by Categories
    Blog
    Referenties
  • +100%-
  • 0345 53 00 33
  • info@sincerite.nl
  • Direct contact opnemen
  • Menu

    Keuzevrijheid in de langdurige zorg

    Contact opnemen

    Keuzevrijheid in de langdurige zorg

    SCP/CPB onderzoek geeft nader inzicht in de nieuwe keuzes waarvoor de uitvoerders van de langdurige zorg komen te staan

    Per 1 januari 2015 is de langdurige zorg voor volwassenen anders georganiseerd dan voorheen. De zorg viel tot dan toe onder de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) en de Wet Maatschappelijke Ondersteuning 2007 (Wmo 2007), maar is nu verdeeld over drie domeinen: begeleiding ging naar de Wmo 2015 (huishoudelijke hulp viel al onder de Wmo), persoonlijke verzorging en verpleging gingen grotendeels naar de Zorgverzekeringswet (Zvw) en zware zorg (vaak intramuraal) naar de Wet Langdurige zorg (Wlz).

    Keuzevrijheid in de langdurige zorg is een gezamenlijk onderzoek van het Centraal Planbureau (CPB) en het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) naar aanleiding van de stelselhervorming van de langdurige zorg voor volwassenen. Het Ministerie van VWS is opdrachtgever. Het rapport geeft nader inzicht in de nieuwe keuzes waarvoor de met name de uitvoerders van de langdurige zorg voor volwassenen komen te staan; ook beschrijven de planbureaus welke ruimte er is voor die keuzes en welke gevolgen die kunnen hebben voor de cliënt.

    Cliënt

    Nieuw aspecten zijn het verplichte onderzoek door de gemeente bij de Wmo en de indicatie door de wijkverpleegkundige bij de Zvw, een grotere nadruk op de inzet van mantelzorgers. Door de veranderingen krijgt de cliënt daarnaast te maken met nieuwe regels (zoals veranderingen in de hoogte van de eigen bijdrage) en met andere en meer loketten (Zvw, Wmo en Wlz);

    Gemeente

    De gemeenten hebben financiële prikkels om het geld dat beschikbaar is voor de Wmo efficiënt te besteden; zij ontvangen van de overheid een budget dat zij vrij mogen besteden, maar dat in de praktijk voor een belangrijk deel waarschijnlijk leidend zal zijn bij de uitvoering van de Wmo-ondersteuning. De drang tot bezuinigen op het gemeentebudget kan leiden tot onbedoelde effecten, zoals een verschraling van de zorg, hoge eigen bijdragen of afwenteling van zorg op andere domeinen zoals de Wlz en de Zvw.

    Zorgverzekeraar

    De wijkverpleging (persoonlijke verzorging en verpleging) is voor verreweg het grootste deel overgegaan van de awbz naar de Zorgverzekeringswet (Zvw). Geen eigen bijdrage!
    Zorgverzekeraars maken in het kader van de zorginkoop afspraken met de aanbieders van wijkverpleging. De indicatiestelling wordt uitgevoerd door de wijkverpleegkundigen. Vooralsnog onderhandelen zorgaanbieders met een representatieve zorgverzekeraar per zorgkantoorregio en lopen verzekeraars een gering financieel risico voor hun deel in de zorg. In de nabije toekomst zal dit gaan veranderen wanneer zorgverzekeraars onderling gaan concurreren binnen zorgkantoorregio’s.

    Zorgkantoren en het CIZ

    Net zoals voor de hervorming is het CIZ verantwoordelijk voor de indicatiestelling, die gebaseerd is op landelijke protocollen, en voeren de regionale zorgkantoren de zorginkoop uit (maken afspraken met zorgaanbieders). De doelmatigheid van de uitvoering zal sterk afhangen van hoe scherp landelijke protocollen en het uitvoerende ciz de afbakening kunnen maken tussen welke zorg wel en welke niet in de Wlz thuishoort. Bij een minder goede afbakening neemt de kans toe dat zorg die thuishoort in de Zvw en Wmo terechtkomt in de Wlz (of andersom).

    Afstemming en samenwerking

    Drie thema’s waarbij afstemming en samenwerking hard nodig blijken te zijn:
    – baten van investeringen die neerslaan bij een andere partij,
    – samenwerking van gemeenten en verzekeraars, en
    – zorg die uit meerdere domeinen kan worden geleverd.

    Indicaties en gebruik van zorg

    Er blijven na een zo goed mogelijke correctie voor behoefteverschillen toch regionale verschillen bestaan in de prevalentie van indicaties en gebruik.
    Bij huishoudelijke hulp: in de regio met het hoogste aandeel van de prevalentie dat niet door de
    achtergrondkenmerken van de bevolking kan worden verklaard, ligt dat aandeel 10% boven het gemiddelde; in de regio met het laagste aandeel van deze prevalentie ligt het 11% onder het gemiddelde. Deze percentages liggen bij indicaties voor extramurale zorg op –22% en +14%, en bij indicaties voor intramurale zorg op –18% en +12%.

    Het verschil tussen indicatie en gebruik in de awbz

    Uit het onderzoek volgt dat slechts een klein deel van de cliënten alle zorg gebruikt waar ze volgens het indicatiebesluit recht op hebben, zelfs als we uitgaan van de ondergrens van de indicatie. Een deel van de cliënten gebruikt helemaal geen zorg (of soms een pgb). Naarmate er bij extramurale zorg meer uren worden geïndiceerd, wordt een kleiner deel van de geïndiceerde zorg gebruikt, vooral bij verpleging en persoonlijke verzorging. Vrijwel geen enkele indicatie voor extramurale zorg wordt volledig verzilverd, wat er op duidt dat voor veel cliënten de indicatie nauwelijks een beperking vormt voor het gebruik.

    Klik hier naar Keuzeruimte in de langdurige zorg

    Comments are closed.

    Inschrijven blog

    Scroll Up